Naar het nieuwsoverzicht

20-10-2021

INTERVIEW: Dat Radja Nainggolan topper werd, dankt hij mee aan die "knappe juf" Freya

Radja Nainggolan met zijn Sidekick Sam, Freya Piryns op de schoolbanken

Zijn eerste tattoo stond er nog lang niet op. De 12-jarige Radja Nainggolan reed nog met zijn fietsje en de tram naar school, dan naar de training en ‘s avonds laat weer naar huis. “Thuis hadden we het moeilijk, mama werkte dag en nacht voor ons. School was top. Om te voetballen op de speelplaats.” En om zijn favoriete juf Freya te zien, jong en mooi, gloedvol ambitieus in de meest multiculturele school van Vlaanderen én toen al zware Antwerp-fan.

Het is meteen een feest van herkenning, wanneer hij - een glamoureuze twintig minuutjes te laat op de afspraak, maar dit keer is er géén uitleg te verschaffen aan het secretariaat aan de ingang - 24 jaar later door zijn chauffeur wordt afgezet en in gedachten weer als een broekvent door de gangen van het imposante gebouw loopt. "Hier in deze nis, tegenover het bureel van de directeur, stond het strafbankje. Dat weet ik nog al te goed."

Radja Nainggolan loopt naast juf Freya, ze geven net geen handjes. Hij is haar sinds zijn schooltijd nog weleens tegengekomen in de stad. Veerde dan recht, vol ontzag: 'Juf Piryns!' Zij was destijds zijn juf-stagiaire in het vijfde en zesde leerjaar. "Natúúrlijk was u de eerste die ik noemde, toen Rode Neuzen me vroeg. Zo'n schone jonge juffrouwen als u waren er niet veel. Er is toch iéts in die hersenpan van mij blijven hangen. (lacht)"

We lopen door de lagere school van het Antwerpse atheneum, De Pijl. De tweeling Nainggolan, Radja en Riana - betekenis: 'koning' en 'koningin' - liepen hier drie jaar lang elke morgen met hun boekentas binnen, deden nadien het middelbaar in hetzelfde machtige 19de-eeuwse gebouw. De kinderen van een Vlaamse moeder en een Indonesische vader die ook voetbal speelde, en gitaar, en die Indonesische liedjes zong voor zijn kinderen aan de rand van de vijver in het Rivierenhof. Maar die, tegen dat de lagereschooltijd van zijn koningswens begon, al met de noorderzon was verdwenen met achterlating van een berg gokschulden. Mama rooide het alleen. En hoe. In de nabewaking tot halfzes, trapten broer en zus onophoudelijk de bal tegen de pilaar tot hun moeder, die in de buurt poetste, hen kwam ophalen toen ze dat nog kon. Later moest ze zoveel jobs combineren om de schuldbemiddeling ter wille te zijn, dat de tweeling zelf moest zorgen dat ze van en naar school geraakten.

Radja Nainggolan en Freya Piryns in de gangen van het Antwerpse atheneum, De Pijl

Macaroni én frietjes

Freya Piryns - ook ex-Groen politica, zware Antwerp-fan én 23 jaar later nog altijd juf op de school, nu als leerkracht Nederlands voor de anderstaligen - stond tijdens het wachten op haar bijzondere ex-leerling de laatkomertjes van vandaag binnen te laten die thuis zijn gaan eten. 'Lekker gegeten vanmiddag?', vraagt ze aan ieder kind dat weer binnen trippelt. "Wát, macaroni én frietjes? Da's een feestmaal!" Dat kinderen zich hier goed voelen, is belangrijk. Ze zal het straks nog vaak herhalen.

Maar intussen is Hij gearriveerd. In een knalgeel sweatshirt van Balenciaga. En dure sneakers met verschillende kleuren veters. Hip. Geen afdragertjes meer. Of geen blauw-wit voetbaltenuetje - de schoolkleuren - dat hij hier zo vaak heeft gedragen en waarin hij met zijn teammaatjes zowat alle schooltoernooien won.

De directeur knipt met eerbied en heet de meest fameuze onder de fameuze oud-leerlingen welkom. Voor alles moet er eerst halt gehouden bij het secretariaat. Daar boven de deur hangt een kunstwerk, ingekaderd achter glas: een goudkleurige fakir die een slang lijkt te bezweren. Getekend: 'Radja uit 5A'. Trofee! De grote terugkeerder na zestien jaar Italiaanse competitie (bij Piacenza, Cagliari, Roma en Milan) en dé transferstunt van Royal Antwerp FC van vandaag, is enkele tellen sprakeloos. Voelt nog het zweet dat het hem kostte om een kleine Picasso te zijn. "Zo schoon, dat dat hier nog hangt."

Alle kleuren

'Radja! Radja!' De ex-leerling deelt handtekeningen uit. De overrompeling gaat crescendo. De leraar beslist fotokopieën te maken: ieder kind zijn krabbel. Zo worden er hier altijd kansen gecreëerd. Iedereen gelijk. Kinderen van alle kleuren en maten en talenten. Freya: "Toen jij hier op school zat, waren er veertig nationaliteiten. Dat nam alleen maar toe en vandaag zijn we de school met de meeste verschillende nationaliteiten van heel Vlaanderen."

Radja: "Dat was een hele steun, ook voor mij. Op de katholieke scholen zaten alleen rijke Belgen. Hier leerde je samenleven met Afrikaanse, Bosnische, Spaanse, Marokkaanse jongens. Dat komt zo hard van pas in het leven. Racisme? Bij wie uit een school komt als deze? Dat bestáát niet. Hier zaten allemaal simpele jongens en meisjes uit gelijkaardige moeilijke situaties als de mijne."

En dan gaan we down memory lane. In vogelvlucht over het schoolleven van Radja in dit huis. 'Un enfant terrible avec une enfance terrible', zoals een sportcommentator ooit schreef. Radja: "Ik was een stouterik. Ik was op zich geen slechte leerling. En als het LO was, was ik de braafste van de hoop. Maar wij hadden altijd luidruchtige klassen. Soms stonden er twee, drie buiten op de gang. Ik was daar nogal eens bij, vrees ik. Ik was een haantje. En Riana het tegenovergestelde: zij was rustig, heel verlegen. Maar we zaten nooit samen in de klas."

Freya: "Ik herinner me jou juist als een enthousiaste leerling. Soms zette je de klas weleens op stelten, maar een stouterik?"

Radja: "Ik klopte geen kinderen af, hé. Ik wilde misschien ook maar gewoon wat aandacht hebben. En ik was bezorgd om mijn vrienden, dat ben ik vandaag nog. Dat was deel van mijn opvoeding."

Buitenbeentje

Die opvoeding gebeurde dus door moeder. Die in haar eentje voor haar tweeling moest zorgen, en voor hun drie halfbroers uit haar eerste huwelijk. "Als tiener sta je er nog niet te veel bij stil. Je leventje is wat het is. Je komt naar school, je speelt, voetbalt, je hebt vrienden. Ik besefte het pas toen ik ouder werd, toen mijn leven op het financiële vlak verbeterde. Maar ja, dat waren echt moeilijke tijden. En ik zag mijn moeder amper."

Want hij werd al van heel jong het buitenbeentje, met die bal aan zijn voet, en dat had ook praktische gevolgen. "Ik was tien toen iemand van Beerschot me oppikte (de aartsrivaal van zijn huidige ploeg ging hem toen halen bij derdeklasser Tubantia Borgerhout, red.). Stond toen ineens in de jeugdploeg van een eersteklasser vier keer per week te trainen. Na school trok ik alleen naar de training, om tien uur 's avonds was ik thuis, maar dan was mijn moeder nog altijd wel ergens aan het werk. Ze zette avondeten klaar tegen dat ik thuiskwam. We kwamen elkaar niet tegen, ik zag haar nooit. Maar dat was eigenlijk het mooie eraan. Omdat ze ons niets tekort wilde laten komen. 's Avonds ging ik dan naar buiten, wat rondhangen met vrienden. Nog meer sjotten op het pleintje. En mijn brave zus bleef altijd thuis. Ze voetbalde beter dan veel jongens daar, en met de bal was ze heel hevig. Maar ja: het was voetbal zonder regels, snap je? En ze was een meisje. Ik had liever niet dat ze meedeed."

(G)een wonderkind

Ook naar school kwam hij vooral... om te voetballen.

Radja: "Ik kwam speciaal een halfuur vroeger."

Freya: "Radja, dat was: 's morgens voetbal, 's middags voetbal, 's avonds voetbal. We deden hier ook fanatiek aan schoolvoetbal, andere scholen gaven soms al forfait als ze ons op interscholencompetities zagen komen."

Radja: "Dat is plezant als kind, dat je kan 'shinen'. Onder de vrienden die je tegenkwam in 't stad werd daarover gepocht: 'Ha, mijn school is beter dan uw school!' (lacht) Het scherpte mijn competitiedrang. En je voélde je iemand. Maar deze school had veel goede voetballers. Ik was zeker niet de beste. Ik wás niet zo'n wonderkind. Je moet gewoon het geluk hebben dat iemand je ziet. Maar wat ik wel heb gedaan, ook nadien: mezelf blijven verbeteren. Hier was ik een middelmatig talent, op de leeftijd van veertien werd ik bevredigend, op mijn zestien misschien de beste van de ploeg en toen was ik weg, naar Italië. Het is gewoon wérken. Dat heb ik misschien ook wel hier op school geleerd."

En dat voetballen heeft hem gered, zegt hij altijd, van een leven als klein crimineeltje. Freya deed dat ook een beetje. De jonge, hyperambitieuze, bijna afgestudeerde juf zág ze, zijn kwaliteiten, ook degene die niets met voetbal te maken hadden. En dat die jongen met zijn luide mond eigenlijk gewoon een braaf manneke was met geen gemakkelijke situatie thuis. Wel een wárme thuis, maar soms werd er al eens de elektriciteit afgesloten. Radja: "Armoede, zeg maar. Dat was het zeker, waarin wij leefden. Wij aten hier 's middags op school. We hadden daarvoor die rode bonnen, weet je nog? Maar waar die bonnen vandaan kwamen, beseften we niet. Mijn moeder werkte zo hard en kreeg alles samen wel een goed loon bijeen. Maar dat moest dan via de schuldbemiddeling worden afgegeven om de put te dempen die mijn vader had achtergelaten. De advocaat kon een aanvraag doen wegens 'noodsituatie' om bijvoorbeeld die warme maaltijden te betalen. Maar dat lukte niet altijd, denk ik. Ook dat heb ik achteraf maar goed beseft. Later, op het middelbaar, werd dat al lastiger. 'Mama, mag ik geld voor een broodje? En iets te eten voor na de training?' Nog eens 5 of 6 euro. Dat ging soms niet. Soms pikte ik weleens iets. Dat glipten we met de vrienden een gazettenwinkel binnen, gleed er een Snickers of zo in mijn jaszak. Voor de zoetigheid was dat niet, nee. Dat was als ik honger had."

Een kind met honger staat niet open voor tafels of woordjes leren. En zo waren er hier veel. Freya: "We zorgden anders wel - en nu nog - dat niemand met een lege maag aan zijn lessenaar moest zitten. En dat ze mee allemaal mee op schoolreis konden."

Boswandeling

Ook Radja ging mee op bosklassen, met de jonge stagiaire, en dat liep daar toch wel los. Freya: "Zeker als je het thuis moeilijker hebt, heb je iemand nodig met wie je makkelijker aansluiting vindt. En misschien was ik dat wel omdat ik nog zo jong was. Niet dat we grote psychologische gesprekken voerden - daarvoor zijn tieners nog te jong - maar we praatten toch wel, Riana en jij en ik, daar tijdens de boswandelingen. Gewoon het feit dat je er bént als leerkracht telt."

Over het vertrek van hun vader zei Riana ooit: "Radja en ik, wij zijn voor een stuk dood vanbinnen." De tweelingbroer vandaag relativeert: "Mijn vader is vertrokken toen wij zes waren. Ik heb haast niet anders geweten. Mijn moeder was altijd vader en moeder tegelijk. Wat een bergen heeft zij voor ons verzet. Echt, respéct. Waar is mijn vader? Die vraag kwam pas rond mijn twaalfde weleens opzetten, toen ik in je klas zat. Ook al sprak ik er niet over."

Freya: "Maar je voelt zo'n dingen aan. En wat doe je dan als leerkracht? Zoveel mogelijk warmte geven. Allereerst. Veiligheid bieden, en een welkom gevoel. En dan pas kan je beginnen nadenken over iets aanleren. Heel het schoolteam werkt zich hiervoor uit de naad trouwens, voor al onze leerlingen."

Radja: "Ik heb me hier altijd goed gevoeld. Hier heerste inderdaad: positiviteit. Om 8.25 uur ging de bel. Als je me vandaag vraagt om 8 uur op te staan, is dat voor mij een grote moeilijkheid. (lacht) Maar toen kwam ik fluitend hier naartoe. Ook op mentaal vlak heb ik veel steun gehad. Ik kwam hier goed overeen met mensen - ook met Erik natuurlijk, de sportleraar. En ik had met jou die klik. Je pakt dat mee. Ik herinner me het allemaal opnieuw heel goed, door hier weer rond te lopen. Toen ik naar de topsportschool mocht voor voetballers van eerste en tweede klasse, vond ik het spijtig dat ik hier weg moest. Deze school is een deel geweest van mijn ontwikkeling. Ik voelde me hier thuis."

Freya: "Ik hoor het je heel graag zeggen. Deze jongeman is echt wel een voorbeeld van wat je kan bereiken met talenten die gezién worden. Voor de kinderen hier nu nog op school is zo'n schitterend rolmodel zo belangrijk."

Knappe boy

Ze kijken nog wat in de fotoboeken van de school. Radja: "Hier is Sebastian. En Yassin. En Fouad. Je vraagt je af wat er van hen allemaal gekomen is. Sinds ik terug in Antwerpen ben, ben ik wel een paar vrienden van toen tegen het lijf gelopen. Carlos, Idriss. Die ken ik nog. Hier, de schoolploeg! En dit ben ik. Mijn trui was precies te groot. Maar hé, er was geen enkele zo'n knappe boy als ik! (lacht)"

"Ik heb niet zo lang gestudeerd. Ik maak daar zelf geen drama van, al hoop ik wel dat iedereen het beter doet dan ik op dat gebied. Ik ben op mijn 16de op die trein gesprongen die voetbal heet, toen hij voorbijreed." Hij had het er moeilijk in Italië, aanvankelijk; zijn halfbroer dreigde 'zijn beide benen te breken' toen hij wilde terugkomen van pure heimwee. Figuurlijk bedoeld, natuurlijk. "Ik verdiende nog niet veel met voetbal, 1.000 euro per maand of zo, maar kon wél geld sturen naar mijn moeder om haar ook eens wat te ontlasten. Voor haar zette ik door."

Moeder, zijn lieve moeder, is precies vandaag 11 jaar geleden overleden. Aan kanker. Dat was de leerschool van het leven. Ze staat in inkt groot op zijn rug. 'Doe wat je mama wou dat je deed' is vandaag nog zijn levensmotto.

Radja: "Ik zeg dit met veel respect voor het onderwijs, maar wat pak je nog mee in je dagelijkse leven van die twaalf jaar die je op de echte school doorbrengt?

Freya: "Je leert wel nadenken. Toch?"

Radja: "Maar ik bedoel: een staartdeling? Ik pak wel een rekenmachine. Mijn kennis en het nieuws lees ik wel op mijn telefoon. De educatie, die pak je wel mee. Dat wel."

Hij is daarom streng op zijn eigen dochters wat school betreft. "Want ik heb er ook een deugniet bij zitten, hoor! Die is al iets erger dan ik ooit was, ze is al buitengezet op twee scholen. (lacht) Ik zie veel van mijzelf terug in haar. Ze zal zich ook nooit laten doen. Wat je dan doet als vader? Ze weet wel, nu ik terug ben, dat ze zich moet gedragen. Nu sta ik binnen de vijf minuutjes aan haar deur. De twee jongsten zijn uit Italië meegekomen, zij zitten hier nu op een internationale school, in het Engels."

"Ik ben nu peter van het project van de City Pirates (in zijn schooltijd speelde hij zelf ook voor de toenmalige tweedeprovincialer op Linkeroever, met afdelingen in Merksem en op de Luchtbal, red.) Wie wil meetrainen moet eerst zijn huiswerk maken, óp de club, in samenwerking met de scholen. Omdat er zoveel jongeren in moeilijkheden zitten. Ik bedoel: vroeger, als ik mijn huiswerk eens niet maakte, wie zei er iets van?"

Freya: (gespeeld streng) "Hela, hela!"

Radja: "Behálve juf Freya. (lacht) Ik weet niet wat voor toekomst ik zou hebben gehad zonder mijn sport. Het is echt niet gemakkelijk om het te maken in het voetbal. Ook daar: je moet maar het geluk hebben de juiste persoon tegen te komen die wat in je ziet. En ik hou nog steeds erg van het spelletje. Zolang ik het graag doe, blijf ik nog wel een paar jaar achter die bal aan lopen."

Freya: "Nu eindelijk bij de beste ploeg van 't stad én ver daarbuiten."

Radja: "Ja, juf."

Lees hier het artikel uit Het Laatste Nieuws of bekijk hieronder de reportage uit VTM Nieuws.

Steun jij Rode Neuzen Dag ook? Organiseer een actie of doe een gift via www.rodeneuzendag.be. Rode Neuzen Dag is een initiatief van VTM, HLN, Qmusic en Belfius.

Volgende week: Roger van Damme en zijn leraar Pol Vandenberghe