Naar het nieuwsoverzicht

04-05-2020

Tatiana mocht in maart de psychiatrie verlaten, maar de coronamaatregelen staken daar een stokje voor

Tatiana Strybosch

Tatiana was helemaal klaar om aan een nieuw hoofdstuk in haar leven te beginnen. In de week dat ze de psychiatrie mocht verlaten, ging het land op slot en werd haar vertrek noodgedwongen uitgesteld. 

Tatiana (27): “Als kind was ik zeker niet de gemakkelijkste. In slechts één seconde kon mijn humeur omslaan. Was ik het ene moment gelukkig, dan stond ik een tel later op ontploffen. Of omgekeerd: zat ik eerst in een hoekje te huilen, dan kon ik opeens weer vrolijk rondhuppelen door het huis. Was het omdat ik een pleegkind was, en moest wennen aan mijn nieuwe thuis? Was ik mezelf een beetje verloren en was ik op zoek naar wie ik werkelijk was? Mijn pleegouders zochten jarenlang naar antwoorden. Al sinds mijn zevende loop ik de deur plat bij de psycholoog. Eerst werd gedacht aan ADHD, in mijn tienerjaren deden ze het af als puberstreken. Zelfs toen ik automutileerde, gingen er geen alarmbellen af. Niet bij mijn ouders, niet op school, niet bij de psycholoog. Het was gewoon de leeftijd.

Na een zelfmoordpoging werd ik opgenomen in de psychiatrie. Eerst werd gedacht dat ik een depressie had, maar na talloze keren verhuisd te zijn van de ene afdeling naar de andere, en van de ene instelling naar de andere, bleek dat ik borderline had. Een persoonlijkheidsstoornis waarbij je eigenlijk totaal uit balans bent. Typisch voor borderline is dat mensen heel extreem in hun gedachten, gevoelens en gedragingen zijn. Dat ze een uitweg zoeken in automutilatie, of erger: zelfdoding. Op dat moment vielen voor mij alle puzzelstukjes in elkaar. De ontelbare keren dat ik uit woede de stoelen door de kamer gooide, tegen de deuren schopte, de controle compleet verloor. En me nadien schuldig voelde voor de ravage die ik had aangericht, en mezelf alleen nog maar kon zien als een monster. Ik was opgelucht, omdat het bevestigde dat de dingen die ik deed, niet uit mezelf kwamen. Dat ik niet met opzet mensen kwetste en de boel op stelten zette. En dat ik eindelijk de hulp kon krijgen die ik nodig had. De eerste maanden ging alles goed, tot ik een regel overtrad en moest vertrekken. Na drie maanden mocht ik in principe terugkeren. Maar dat is nooit gebeurd.

“Net in de week waarin ik mocht vertrekken naar mijn nieuwe stekje, ging het land op slot”

In de zomer, nu drie jaar geleden, liep het helemaal mis. Ik wist met mezelf geen blijf meer. Ik slikte een handvol pillen in de hoop dat mijn leven voorbij zou zijn. En het was niet mijn eerste poging… Maar het mislukte, en uiteindelijk belandde ik op intensieve zorgen, en werd ik niet veel later voor een eerste keer gecolloqueerd. In de tijd die erop volgde, werd ik negen keer gedwongen opgenomen. De eerste keren mocht ik na zeven dagen weer vertrekken, maar na de derde keer werden het veertig dagen.
Als je alles optelt, heb ik langer dan een jaar onvrijwillig vastgezeten. Een weggegooid jaar, want ik wilde niet meewerken aan iets waar ik niet zelf voor gekozen had. Pas een jaar later kwam het besef dat ik écht hulp nodig had, dat het zo niet verder kon. Ik heb me dan vrijwillig laten opnemen in Stuivenberg, waar ik nu al bijna twee jaar verblijf.

De psychiatrie is mijn thuis geworden, al besef ik maar al te goed dat ik er niet voor eeuwig kan blijven. Normaal zou ik midden maart verhuizen naar mijn eigen stekje, een plek waar er van ’s morgens tot ’s avonds begeleiders rondlopen. Want écht op m’n eentje wonen, daar ben ik nog niet klaar voor. Maar het coronavirus heeft roet in het eten gegooid. Net in de week waarin ik mocht vertrekken, ging het land op slot. En dat was een zware klap. Niet omdat ik langer moest blijven, want ik ben hier graag, maar wel omdat de sfeer van de ene dag op de andere helemaal keerde. Ik zag de paniek in de ogen van de verpleegkundigen, het nieuws werd gedomineerd door het coronavirus, mijn pleegouders en zussen konden niet meer op bezoek komen, therapiesessies gingen niet meer door. Stiekem was ik wel blij dat ik op een veilige plek de crisis kon uitzitten.

“Hoe hard ik mijn best ook deed om niet te hervallen in oude en vooral slechte gewoontes, begon ik toch weer te automutileren”

De angst sloeg bij mij pas echt toe toen ik hoorde dat mijn zus, een verpleegkundige, op de COVID19-afdeling kwam te staan. In het nieuws zag ik de cijfers drastisch toenemen, en zag ik hoe genadeloos dat virus wel niet was. De kans dat mijn zus besmet zou raken, werd elke dag groter en groter. En hoe hard ik mijn best ook deed om niet te hervallen in oude en vooral slechte gewoontes, begon ik toch terug te automutileren. Om een paar minuten niet die angst te moeten voelen, om heel even te ontsnappen aan de chaos die in mijn hoofd én op de afdeling heerste.

Intussen is de rust wel teruggekeerd. Op de afdeling heeft iedereen z’n draai gevonden. Waar we vroeger zelf ons eten mochten opscheppen, doet de verpleging dat nu. Met handschoenen aan. En maar goed ook, want niet iedereen beseft wat het coronavirus precies is. De meeste therapiesessies gaan weer gewoon door, behalve diegene die ik normaal gezien volg. Dat is in een groep van mensen die niet in de psychiatrie verblijven, en die mogen nu natuurlijk niet binnen. Maar gelukkig kon ik aansluiten bij een andere groep. Dat was niet verplicht, maar het helpt me. Het coronanieuws volg ik nu al een tijdje niet meer. Het klinkt egoïstisch, maar al die schrijnende verhalen maken me kwetsbaarder dan ooit.

Nu moet ik vooral aan mezelf denken, zodat ik hopelijk over een paar weken de deuren van de psychiatrie voorgoed kan sluiten. En daar helpt Rode Neuzen Dag me bij. Zo zag ik in dat ik niet de enige jongere ben die het moeilijk heeft, en hoorde ik verhalen van anderen die het momenteel héél goed doen. Ik ben niet alleen, en da’s een bijzonder fijne gedachte.”

Denk je aan zelfmoord en heb je nood aan een gesprek, dan kan je terecht bij de Zelfmoordlijn op het nummer 1813 of via www.zelfmoord1813.be.

Bron: Libelle door Diny Thomas (27/04/2020)