element-dots Created with Sketch.
Straffe verhalen - Mieke
Mieke

Mieke wilde de perfecte dochter zijn, de perfecte vriendin en de perfecte studente.

element-squares Created with Sketch.
element-wiggles Created with Sketch.

Mieke wilde de perfecte dochter zijn, de perfecte vriendin en de perfecte studente. Maar ze botste tegen de muur, doordat ze de lat voor zichzelf zo hoog bleef leggen. Plots lukte het allemaal niet meer, ze kon niet meer vooruit: op haar zeventiende kreeg Mieke een burn-out.

Ken je dat gevoel dat je je niet goed in je vel voelt en dat alles even te veel is? Dat gevoel dat je helemaal geen zin hebt in vandaag en dat de dag doorkomen een zware opdracht lijkt? 
Iedereen maakt misschien wel eens zo’n dagen mee, maar als je élke dag zo beleeft, dan ga je eraan kapot. Donkere gedachten kregen macht over mij en brachten me in een put. Alles werd te veel, maar toch wou ik blijven gaan. Voor die 9 op 10, voor die 10 op 10, om anderen niet teleur te stellen én voor mezelf.

En toen crashte ik. In het laatste trimester van het vijfde middelbaar. Ik zat in de les, lichamelijk. Maar mijn concentratie was weg: een artikel lezen lukte niet, schrijven al evenmin. Toen mijn balpen op de grond viel, had ik de energie niet om ze terug op te rapen.

Wekenlang lag ik thuis in bed en lukten doodnormale dingen niet meer. Opstaan, een douche nemen en mij aankleden…het was precies als een marathon. Ik kon niet meer naar tv kijken, naar de jeugdbeweging gaan, turnen, dansen of andere dingen doen die ik graag deed. Alles was te veel. Ik kreeg een burn-out op mijn zeventiende.

In het zesde middelbaar belandde ik in de kinderpsychiatrie. Het was een veilige haven en ik volgde er therapie. Maar ik wilde terug naar school, mijn diploma behalen. Toen mijn leerkrachten me vertelden dat dat dit schooljaar niet meer zou lukken, was dat de hel voor mij. Jarenlang had ik alles gegeven voor school en plots kon ik het niet meer afmaken zoals ik het wou. ‘School’ had misschien wel een té groot deel van mijn leven ingepalmd.

'Misschien moet ik aanvaarden dat ik levenslang hulp nodig heb. Dat iemand er mee voor moet helpen zorgen dat mijn vlammetje niet meer opnieuw uitgedoofd geraakt’

Na dat jaar werd ik voor de tweede keer opgenomen, dit keer in de jongvolwassenenpsychiatrie. Het waren tien hele zware maanden. Ik voelde me alleen gelaten, mijn ‘vrienden’ bleven weg. De mensen die wel kwamen, dat waren mijn échte vrienden. Op hen kon ik rekenen, maar het waren er wel veel minder dan ik had gedacht.

Ik heb heel diep gezeten en ben stap voor stap omhoog gekropen. Af en toe ben ik opnieuw in de put gevallen. Maar van elke vrije val leerde ik wel iets bij: Wie ben ik? Waar ligt mijn grens? Hoe los ik problemen op? Het was een heftige periode, met confronterende therapieën, bijzondere gesprekken en verschrikkelijke momenten in de isoleercel. Maar er waren ook zalige momenten waarop we lachten en ik besefte dat perfectie niet bestaat.

Omdat het moeilijk was om de juiste medicatie te vinden, ben ik helemaal gestopt met medicijnen. Ik volg wel nog altijd therapie. Misschien moet ik gewoon aanvaarden dat ik levenslang hulp nodig heb: iemand die me helpt in mijn zoektocht, mij aanmoedigt op mijn weg, mij laat ratelen, mij creatief laat bezig zijn, mij nieuwe inzichten geeft en er mee voor zorgt dat mijn vlammetje niet meer uitgedoofd geraakt. Maar dat accepteren, vind ik heel moeilijk.

‘Ik hoop dat ik iets kan betekenen voor iemand, dat ik een klein verschil kan maken, dat ik 'hoop' kan doorgeven en ik hoop dat we samen het taboe kunnen doorbreken.’

Hoe moeilijk ik het ook had, ik ben altijd blijven hopen en blijven dromen. Tijdens mijn laatste opname had ik drie dromen: me beter voelen, mijn diploma secundair onderwijs halen en gaan reizen met mijn rugzak. Ik heb ze alle drie kunnen waarmaken.

Ja, ik voel me beter, maar ik kan nu ook oprecht zeggen als het slecht met me gaat. Dat ik nu mee ga met de Rode Neuzen Dag Tour, mijn kwetsbaar verhaal vertel aan duizenden leerlingen en van een klote-periode iets positiefs maak, had ik drie jaar geleden nooit durven dromen. Het geeft me zoveel kracht, voldoening en hoop. Ik hoop dat ik iets kan betekenen voor iemand, dat ik een klein verschil kan maken, dat ik 'hoop' kan doorgeven en ik hoop dat we samen het taboe kunnen doorbreken.